Object in de kijker

Schandpaal van Beersel

Beschrijving: Schandpaal, monoliet van blauwe arduin met sokkel en kapiteel geprofileerd

Locatie: Naast de kerk – Lotsestraat

Kunstenaar: onbekend

Datum: 17de - 18de eeuw met hedendaagse restauraties

Context:

Enkele jaren geleden kocht Heemkundig Genootschap ‘van Witthem’ de voormalige schandpaal van Beersel voor een symbolisch bedrag van dhr. Henk Schaberg. De schandpaal stond in zijn voortuin, de voormalige tuin van brouwer Frans Van Haelen, aan de Steenweg op Ukkel, vlak naast het Delhaizewarenhuis.

Hoe kwam die schandpaal daar terecht? Brouwerij Van Haelen, gelegen in de Put van Kalevoet, stond in de wijde omgeving bekend als één van de beste geuze- en lambiekbrouwers. Frans Van Haelen, zonder twijfel de rijkste Beerselaar indertijd, was ook een graag geziene volksfiguur. Hij was naast schrander zakenman en bon-vivant vooral een fanatiek kunstverzamelaar en -mecenas. Zijn woning was volgestouwd met kunst en hij verzamelde een ware kunstenaarskolonie rond zich, de zogenaamde Brabantse Fauvisten.

Naast kunst had Frans ook een oog én groot hart voor erfgoed. Zo was hij de grote mecenas achter de restauratie van het kasteel van Beersel. Ook in de Beerselse dorpskern is zijn impact is nog steeds tastbaar aanwezig. Hij schonk immers ook het bronzen oorlogsmonument en de bijhorende gedenksteen in 1919. Bovendien financierde hij ook de restauratie van de praalgraven van de heren van Witthem, prominent aanwezig in de Sint-Lambertuskerk. Volgens de overlevering zou Frans Vanhaelen de schandpaal tijdens één van zijn bierrondes toevallig tegengekomen zijn. Hij recupereerde deze om te dienen als sierelement in zijn tuin.

Het Genootschap vroeg aan het gemeentebestuur om de schandpaal op zijn oorspronkelijke plaats te herstellen, nl. aan het oud kerkhof rond de kerk. Uit de historische literatuur blijkt immers dat de schandpaal aan de kerk stond in de feodale tijd. Het schepencollege was dit plan genegen en aan de vooravond van de Beerselse jaarmarkt, zo’n 232 jaar nadat de Franse revolutionairen de oude feodale maatschappij gewelddadig omver worpen in naam van de idealen “vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid” en daarbij alle schandpalen buiten dienst stelden, werd dit monument op zijn oorspronkelijke plaats ingehuldigd door burgemeester Vandaele en Jan De Cock, voorzitter van het Genootschap.

De technische dienst van de gemeente zorgde voor de geslaagde plaatsing. De boordstenen van het perron waarop de paal berust werden trouwens gerecupereerd bij de afbraak van de naburige parochiezaal. De leden van de Beerselse kerkraad gaven onmiddellijk de toelating om de schandpaal op hun eigendom te plaatsen.

De paal is een massieve monoliet van blauwe arduin, sokkel en kapiteel zijn geprofileerd. De paal heeft een balkvormige schacht met afgeschuinde hoeken en is 223,7 cm hoog, de geprofileerde voet is 28 cm breed en het kapiteel is 34 cm breed. Het gat voor de bevestiging van het halsijzer werd dichtgemaakt. Er is geen steenkappersteken te bespeuren. De onderzijde van de paal is zwaar bepekt, mogelijk bevindt er zich een steenkappersteken onder (zoals bij schandpaal van Dworp).

Door de wereldwijde schaarste aan bouwmaterialen en de inhaalbeweging na corona van de bouwbedrijven, heeft de afwerking van de schandpaal even vertraging opgelopen. Bovenaan vertoont de schandpaal enkele verticale barsten, die bij insijpeling van regenmater in combinatie met vriesweer fataal zouden zijn. Daarom zal de zuil getopt worden met een geprofileerde afdekplaat met daarop een bol op afgeknotte kegel, dit zal de visuele aantrekkelijkheid en proportionaliteit van de schandpaal te goede komen.